Hoeveel tijdelijke contracten voordat u recht heeft op een vast contract?
Na drie opeenvolgende tijdelijke contracten bij dezelfde werkgever, of zodra de totale duur van opeenvolgende tijdelijke contracten meer dan drie jaar bedraagt, ontstaat automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dit heet de ketenregeling.
Hoe werkt de ketenregeling precies?
Op grond van artikel 7:668a BW, onderdeel van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), mag een werkgever u maximaal drie opeenvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten aanbieden, met een gezamenlijke maximale duur van drie jaar. Zodra u een vierde tijdelijk contract krijgt, of zodra de totale duur van de keten de drie jaar overschrijdt — wat het eerst gebeurt — ontstaat automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, ook al staat er "tijdelijk" op het laatste contract.
Contracten tellen mee als "opeenvolgend" als de tussenpoos tussen twee contracten bij dezelfde werkgever, of bij een opvolgend werkgever die redelijkerwijs geacht wordt de vorige werkgever op te volgen, niet langer is dan zes maanden. Is de onderbreking langer dan zes maanden, dan begint de teller van voren af aan.
Deze regeling is dwingend recht: een werkgever kan hier niet in uw nadeel van afwijken door bijvoorbeeld een vierde tijdelijk contract op te stellen en te beweren dat dit nog steeds tijdelijk is. Zodra aan de voorwaarden van de ketenregeling is voldaan, ontstaat de vaste aanstelling van rechtswege — automatisch, zonder dat u hier apart iets voor hoeft te doen of te ondertekenen.
Voor bepaalde functies of sectoren kunnen via de cao afwijkende afspraken gelden, bijvoorbeeld een groter aantal toegestane tijdelijke contracten of een langere maximale duur. Werkt u in een sector met een cao, controleer dan of daarin een afwijkende ketenregeling is opgenomen.
Voor jongeren onder de 18 jaar met een gemiddelde werkweek van twaalf uur of minder gelden bovendien afwijkende, soepelere regels — de gewone ketenregeling telt voor deze groep in de praktijk vaak niet op dezelfde manier mee. Ook bij een uitzendovereenkomst met uitzendbeding kan een afwijkend regime gelden gedurende de eerste periode van de inzet.
Een voorbeeld uit de praktijk
Stel: u heeft bij dezelfde werkgever drie opeenvolgende tijdelijke contracten van elk één jaar gehad, zonder onderbrekingen langer dan zes maanden ertussen. In totaal heeft u dus drie jaar tijdelijk gewerkt.
Biedt uw werkgever u nu een vierde tijdelijk contract aan, dan is dat niet geldig als tijdelijk contract: u heeft van rechtswege recht op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, ook al zou er "tijdelijk contract" op papier staan. De werkgever kan dit niet omzeilen door het vierde contract anders te noemen.
Zou er tussen het tweede en derde contract een onderbreking van bijvoorbeeld acht maanden hebben gezeten, dan was de teller opnieuw begonnen en zou het "derde" contract in de praktijk weer als eerste in een nieuwe keten tellen.
Wat kunt u nu doen?
- 1Houd een overzicht bij van al uw contracten bij deze werkgever, inclusief begin- en einddata en eventuele onderbrekingen.
- 2Bereken of u aan drie opeenvolgende contracten zit, of dat de totale duur de drie jaar nadert of overschrijdt.
- 3Check of er een cao van toepassing is met een afwijkende ketenregeling voor uw sector of functie.
- 4Denkt u recht te hebben op een vast contract terwijl uw werkgever dit niet erkent, raadpleeg dan uw vakbond, het Juridisch Loket of een arbeidsrechtadvocaat.